Verenigingen

Marie en Irène Curie aan het IJzerfront

KVCV |

Paul Balduck duikt in de geschiedenis van de familie Curie.

Onlangs zag ik in het toeristenbureau van Veurne, mijn geboortestad, het boekje Marie en Irène Curie en la Brave Petite Belgique van Roseline Debaillie uit 2014. Er is daarover in 2016 blijkbaar een tentoonstelling geweest, die ik helaas gemist heb. Hoe en waarom zijn beide dames ooit in Veurne beland? Wat deden ze hier? Wat hebben ze hier gerealiseerd? Wie hebben ze hier ontmoet? En welke invloed had dit op hun verdere leven?

De Curie’s en de Westhoek

De Curie’s hebben Veurne meermaals bezocht tijdens WO I. De frontsoldaten hadden hun komst te danken aan de vraag van prof. dr. Frans Daels (1882-1974), diensthoofd gynaecologie van de Gentse Universiteit, aan Marie Curie (1867-1934) om materiële hulp. Daels is dan regimentarts van het Belgian Field Hospital, ondergebracht in het college van Veurne, waar ook de Vlaamse kunstschilder Joe English een tijdlang verblijft. Marie kent België goed. Zij heeft er veel contacten, onder andere met het vorstenpaar Albert en Elisabeth, Ernest Solvay, metallurgie Hoboken en met Daels, die de ‘Curietherapie’ reeds toepaste.

Moeder en dochter Irène (1897-1956) arriveren er op 5 december 1915 en installeren er onmiddellijk een meegebracht RX-toestel. Al voor de oorlog had Marie ervaring en vorming opgedaan met de techniek van Wilhelm Conrad Röntgen (1845-1923). Zij besluit haar kennis ten dienste te stellen van de gewonde soldaten en burgers en een radiologische dienst te organiseren voor de militaire hospitalen. Aldus belandt haar gewone wetenschappelijke werk voor vier jaar in de koelkast. Eerst verzamelt ze alle RX-toestellen die ze kan vinden, installeert die in ziekenhuizen en leidt het personeel op. Maar vele gewonden kunnen niet worden vervoerd. Marie denkt eraan de RX-apparatuur op auto’s te installeren. Zo ontstaan de mobiele radiologie-eenheden: de ‘petites Curies’. Ze heeft dan reeds haar twee Nobelprijzen op zak (fysica 1903 en scheikunde 1911) en is professor aan de Sorbonne.

Haar dochter Irène mag, na lang aandringen, haar moeder volgen naar de Westhoek als verpleegster met ervaring in de radiologie. Zij viert haar 18de verjaardag in het veldhospitaal van Hoogstade op 12 september 1915… alleen. Moeder is even terug naar Parijs. De Curie’s hebben ook De Panne, Adinkerke, Poperinge, Beveren a/d IJzer en Roesbrugge bezocht.

Periodieke tabel

Marie en haar man Pierre Curie (1859-1906) hebben in hetzelfde jaar, 1898, twee nieuwe elementen toegevoegd aan de periodieke tabel van Mendeleev: polonium en radium. Maar hoe is dat gebeurd? Pierre en zijn broer Jacques ontdekken in 1880 de piëzo-elektriciteit, wat leidt tot een nieuw apparaat, de elektrometer, die Marie zal gebruiken bij haar onderzoek. Daarna onderzoekt Pierre voor zijn doctoraat (1895) de invloed van de temperatuur op magnetisme en bepaalt het ‘curiepunt’: de kritische temperatuur waarbij ferromagnetisme stopt. Kort erna bestudeert hij met zijn vrouw de radioactiviteit, in 1896 ont­dekt in uranylsulfaat door Henri Becquerel (1852-1908) en waarvan de eenheid in 1910 de ‘curie’ wordt ge­doopt.

Het uraniumerts pikblende blijkt meer straling uit te zenden dan zuivere uranium. Dus moet een andere stof of element daarvoor verantwoordelijk zijn. Het blijken er twee te zijn: polonium, dat wordt neergeslagen door bismuthsulfide en radium, door barium als radiumsulfaat geïsoleerd (daarna omgezet in bromide) en uitgekristalliseerd. De rest van het verhaal is genoegzaam gekend. De benodigde gigantische hoeveelheden pikblende moet Marie bewaren in een aftandse loods naast haar primitief lab. Het gebouw is, volgens Friedrich Wilhelm Ostwald, een kruising tussen een varkenskot en een aardappelkelder! Met een ongelooflijk geduld en doorzetting bekomt ze in 1902 welgeteld 0,10 g radiumchloride. In hetzelfde jaar 1898 ontdekt ze dat thoriumverbindingen ook radioactief zijn.

Gammastralen

De studie van de stralingen zelf neemt Ernest Rutherford (1871-1937) voor zijn rekening. Hij deelt ze in op basis van hun doordringingsvermogen in alfa- en bètastralen (1899). Kort daarna vindt Pierre Curie dat een deel van de stralingen niet afgebogen wordt in een magnetisch veld (1900). Men noemt ze de gammastralen.

En zo staan we aan de vooravond van de ontsluiting van gigantische hoeveelheden energie uit kleine atoomkernen, die de mensheid zowel grote voorspoed als totale vernietiging kan bezorgen.

In 1926 huwt Irène met Frédéric Joliot (1900-1958), toen werkzaam in het Radium Instituut bij Marie Curie. Hij bekleedt in 1937 de nieuwe leerstoel van kernchemie aan het Collège de France. Het echtpaar Joliot-Curie ontvangt in 1935 de Nobelprijs voor de Scheikunde voor hun ontdekking van kunstmatige radioactiviteit. In de wetenschapsgeschiedenis is de familie Curie een unicum van wetenschappelijke superlatieven.

Paul Balduck, voorzitter KVCV Sectie Historiek
Deel deze pagina
KVCV

Lid worden van de KVCV? Ontdek de voordelen!

Naar boven