Partner content

Veilig innoveren

Denios | donderdag 19 september 2019

Om de veiligheid op het lab te garanderen, werkt Denios aan innovaties die de gebruiker nog beter beschermen.

Of ze nou werken aan efficiëntere katalysatoren, duurzame plastics of nieuwe medicijnen, bij veel chemische en farmaceutische bedrijven staat innovatie voorop. Maar om die doorbraken veilig te bereiken, moet je ook de installaties op het lab en in de fabriek constant verbeteren. Daarom werkt Denios hard aan nieuwe manieren om ervoor te zorgen dat de medewerkers van fabrieken en instanties veilig met gevaarlijke stoffen kunnen werken. ‘Onze hoofdvestiging in Duitsland heeft een flinke R&D-afdeling die altijd kijkt waar verbeteringen mogelijk zijn’, vertelt Peter van Doesum, ceo van Denios. ‘Twee keer per jaar komt het management van al onze vijftien Europese vestigingen daar bij elkaar, en innovatie is dan een van de belangrijkste punten op de agenda.’

Blazen en afzuigen

Een van de aspecten die Denios bijvoorbeeld probeert te verbeteren is de luchtafvoer. ‘Op een laboratorium is de lucht van groot belang’, zegt Van Doesum. Een standaardlab bestaat vaak vooral uit zuurkasten die met afzuiging werken, maar die werken alleen optimaal als je het raam maximaal 40 cm openzet. Van Doesum: ‘Afzuiging is helemaal niet zo sterk. Probeer maar eens een asbak leeg te zuigen met de stofzuiger, dan moet je de slang er echt in hangen. Maar als je daarentegen van een meter afstand naar de asbak blaast, vliegt de as zo alle kanten op.’ Daarom gebruikt Denios in zijn VarioFlow-systeem een combinatie van blazen en afzuigen. ‘Het systeem blaast de emissie zacht en gecontroleerd in de richting van de afzuiging. Met dit systeem heb je het raam in de zuurkast eigenlijk niet meer nodig en het kost ook minder energie.’

Ook de standaardbrandkast heeft inmid­dels een hele ontwikkeling doorlopen. ‘Vroeger had je een kast met drie of vier planken, en dat was het’, vertelt Van Doesum. ‘Tegenwoordig kun je bijna elk denkbaar interieur krijgen. Zo hebben drie jaar terug een brandveilige apothekerskast ontworpen, waarbij je het hele interieur naar buiten kunt schuiven. Handig, maar je moet de veiligheid natuurlijk alsnog wel kunnen garanderen. Dat is een hele puzzel en kost ook flink wat investeringen.’

In de gaten houden

Behalve aan het verbeteren van huidige producten werkt Denios ook hard aan heel nieuwe ontwikkelingen, zoals het monitoren van hun producten. ‘Steeds meer leveranciers monitoren de kwaliteit van hun product in een fabriek om bijvoorbeeld te bepalen wanneer het onderhoud nodig heeft’, zegt Van Doesum. ‘Wij pakken het iets anders aan en monitoren vooral de werking van onze systemen en of we de veiligheid nog kunnen garanderen.’ Het systeem meet 24 uur per dag de concentraties van verschillende gevaarlijke stoffen, als een soort risico-inventarisatie. ‘Op deze manier zien we of onze systemen de gebruiker nog goed genoeg beschermen, en kunnen we ingrijpen als dit niet het geval is’, vertelt Van Doesum. ‘De data bewaren we in de cloud.’ En die data kunnen ook op de lange termijn nog waardevol blijken, bijvoorbeeld als medewerkers ziek worden. ‘We kunnen tot op de minuut nauwkeurig bepalen waaraan de gebruiker is blootgesteld, zelfs tien jaar geleden. De effecten van sommige stoffen, zoals oplosmiddelen, zie je pas na twintig jaar, dus dan kan die data nog van pas komen.’

Inmiddels gebruiken al enkele bedrijven het monitorsysteem, maar echt storm loopt het nog niet. Dat komt volgens de ceo omdat laboratoria en de medewerkers het niet altijd een prettig idee vinden om op deze manier in de gaten te worden gehouden. Een onterechte angst, stelt hij gerust. ‘We richten ons puur op de veiligheid en het beschermen van de werknemer. Je werkgever kan het systeem zeker niet gebruiken om bijvoorbeeld je productiviteit in de gaten te houden.’ De markt is nu nog niet heel groot, maar Van Doesum hoopt dat meer mensen de komende vijf jaar de voordelen van het systeem gaan inzien. ‘We hebben de techniek al bijna volledig ontwikkeld, nu de acceptatie nog.’

Conservatief

Niet alleen bij het monitorsysteem duurt het even voor het product de markt verovert. Van Doesum merkt dat het niet altijd even makkelijk is om innovaties daadwerkelijk in het lab te krijgen. ‘De laboratoriumsector is erg conservatief. Het kost soms jaren om mensen ervan te overtuigen dat er andere, betere methodes zijn om hetzelfde doel te bereiken. Eigenlijk heel raar, want op het lab zijn ze over het algemeen juist zo bezig met innovatie.’ Maar ook in fabrieken kost implementatie vaak de nodige moeite. ‘In de farmaceutische industrie bijvoorbeeld moet je alle werkprocessen gedetailleerd vastleggen. Bij elke verandering moet je dan ook de hele bureaucratische molen die aan het proces hangt aanpassen. Dat ziet niet iedereen zitten.’

Innoveren blijft dus een kwestie van de lange adem hebben. ‘Wij hebben door onze vaste stroom producten gelukkig voldoende ruimte om te innoveren en onszelf uit te dagen, dat hebben niet alle bedrijven.’ Het helpt volgens Van Doesum wel dat de normen tegenwoordig Europa-breed zijn opgesteld. ‘Vroeger moest je voor elk land aparte producten maken, dat was intensief werk. Nu heb je meteen een grotere markt voor je product, dat stimuleert innovatie en drukt de kosten.’ Ondanks deze positieve ontwikkelingen gaat het Van Doesum nog steeds niet altijd snel genoeg. ‘Maar ik heb inmiddels geaccepteerd dat dit soort dingen altijd langer duurt dan je eigenlijk zou willen. Het belangrijkste is dat we bezig blijven, dan komt de innovatie er uiteindelijk altijd.’