Opinie

Nerderige verhalen voor bij de borrel

Enith Vlooswijk | maandag 5 oktober 2020

Soms, zegt de onderzoeker, is hij jaloers op zijn broer, die arts is. Artsen houden zich bezig met ziekte en gezondheid en daar praat iedereen graag over mee. Wie is er niet ooit ziek geweest, of bang geweest voor de gevolgen van een ziekte?

Op feestjes hangen zijn familieleden dus altijd aan de lippen van zijn broer. Hij zelf moet daarentegen steevast eerst een half uur uittrekken om uit te leggen wat hij nou ook alweer precies onderzoekt. Tegen de tijd dat hij daarmee klaar is, zitten zijn toehoorders of gapend weg te kijken, of ze vragen hem vertwijfeld: ‘Maar wat kún je daar nu mee?’

De onderzoeker, ik noem hem even Chris, bestudeert hoe belletjes in wervelende vloeistoffen botsen met vaste deeltjes. In de mijnindustrie gebruiken ze die belletjes om mineralen in water te scheiden van ver­gruisd gesteente: de hydrofobe mineralen gaan met de belletjes mee naar de oppervlakte van het water, de rotsdeeltjes zakken uiteindelijk omlaag.

Maar Chris vergruist niks, Chris maakt cameraopnames van belletjes en deeltjes in een grote bak met water waar ze doorheen roeren. Met die opnames toetst hij ingewikkelde modellen waarmee hij de chaos van deeltjes, belletjes en wervelingen in formules probeert te duwen. Behoorlijk fundamenteel onderzoek dus, waarmee hij kennis opdoet die waarschijnlijk langer meegaat dan een getransplanteerde nier, of een gedotterd hart.

Een week eerder sprak ik met een biomedicus over virusstudies uit de jaren zeventig en tachtig, uitgevoerd door de Britse Common Cold Unit. Dit ooit prestigieuze onderzoekscentrum onderzocht coronavirussen en deed klinische tests met vaccins. Mede daardoor is nu bekend dat een vaccin in zeldzame gevallen de gevolgen van een coronainfectie kan verergeren.

Waren ze met het onderzoek doorgegaan, dan was de crisis die de wereld nu platlegt, wellicht een stuk sneller opgelost. Helaas deed het bewind van Margaret Thatcher het centrum de das om. Wat leverde zulk wetenschappelijk geneuzel over een verkoudheidsvirus immers op?

Ook sprak ik met een collega van Chris, een belletjesonderzoeker die toevallig alles wist over de verspreiding van uitgenieste druppeltjes door de lucht. Tot dit voorjaar had nooit iemand buiten zijn vakgebied daarin veel interesse getoond, nu moest hij plotseling internationale media te woord staan.

Wat momenteel een nerderig nicheproject lijkt, kan ooit essentiële informatie blijken. En dus gaat Chris door met zijn belletjes, zijn wervelingen en zijn vaste deeltjes in een bak met water. Onvermoeibaar blijft hij proberen de chaos te vangen in een computermodel. Het kan zomaar ooit een sterk verhaal bij de borrel worden.

Enith Vlooswijk, wetenschaps­journalist